Inhoud

1. Algemeen
2. Typen leerlingen
3. Bijles wiskunde/statistiek
4. Bijles economie
5. Bijles M&O
6. Bijles natuurkunde of scheikunde
7. Bijles rekenen en taal
8. Bijles Engels of Nederlands
9. Bijles voor MBO, HBO en WO studenten
10. Voortgangsrapportage
11. Persoonlijkheidsstoornissen en gedragsstoornissen
12. Referenties

1. Algemeen
In de afgelopen jaren zijn talloze leerlingen om uiteenlopende redenen bij mij op bijles geweest. In de bovenbouw wordt een groot beroep gedaan op de zelfwerkzaamheid van de leerlingen en is het aantal contacturen verminderd terwijl ze juist behoefte hebben aan meer uitleg en begeleiding. In zo’n geval kan bijles dienen om dit probleem te ondervangen. Bij het vak economie komt het in de bovenbouw van de Havo en het VWO meer aan op inzicht. Leerlingen lopen dan vast omdat feitenkennis alleen niet meer voldoende is. Mijn bijlessen zijn er ook op gericht de studievaardigheden te vergroten. Aandacht wordt besteed aan het maken van een goede planning en het scheiden van de hoofd- en bijzaken. Uiteindelijk moet een leerling het zelf kunnen doen.

Duur en tijd bijles
De duur van de bijles is in principe één klokuur. Standaard is één uur bijles in de week. In overleg kan daarvan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat een leerling meer ondersteuning nodig heeft. Verlenging van de bijles tot 2 of 2½ uur is een optie. Omgekeerd is ook een bijles van een half uur mogelijk als een leerling, om wat voor reden dan ook, één uur te lang vindt. De prijs wordt naar rato aangepast.
Wat betreft de tijden is het, behalve ’s middags of ’s avonds, ook mogelijk om ’s ochtends af te spreken als een leerling laat moet beginnen of twee tussenuren heeft. Ook de zaterdag en de zondagmiddag en -avond is een optie.

Wat betekent ‘in overleg’?
Bij sommige opleidingniveaus en vakken staat aangegeven in overleg. Dit houdt in dat mijn kennis van dat vak of op dat niveau minder paraat is en ik ter voorbereiding het liefst vooraf inzage wil in de leerstof. Ik beslis dan of ik akkoord ga met bijles. In de afweging speelt ook een rol of een bijles als eenmalig is bedoeld of dat voor meerdere keren (bijvoorbeeld enkele maanden) wordt afgesproken. Het is voor mij in dit verband prettiger als een leerling regelmatig komt waardoor een zekere mate van continuïteit is gewaarborgd zodat ik kan ‘meelopen’ met de stof. Op deze wijze is, gelet op mijn brede interesse en achtergrond, in overleg ook bijles mogelijk voor Frans (onderbouw), geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, ANW en informatica. Eventuele voorbereidingstijd wordt niet in rekening gebracht.

Betaling
Standaard bij mij is het opstellen van een factuur op maandbasis die ik de leerling de eerstvolgende keer van de nieuwe maand meegeef. Wordt voor meerdere bijlessen per week afgesproken dan kan hiervan worden afgeweken en is ook betaling per week mogelijk. Dit in overleg. Indien gewenst is ook betaling per keer mogelijk, bijvoorbeeld als de bijles op onregelmatige basis, al naar gelang er behoefte aan is, wordt gehouden. Het tarief is €26,- per klokuur (prijs per 2019/2020). BTW is niet van toepassing omdat voor onderwijs de BTW vrijstelling geldt.

omhoog

2. Typen leerlingen
Uit de in de loop der jaren opgebouwde ervaring met bijlessen komen globaal gesproken drie typen van leerlingen naar voren die kunnen worden onderscheiden.

Type 1. Zij die wel willen en het ook kunnen.
Ze starten de bijles veelal met een voldoende voor dat vak. De bijles is meer bedoeld als steuntje in de rug. Soms heb ik te maken met een leerling die wat onzeker is of waarvan de ouders wat bezorgd zijn geworden n.a.v. van het laatst behaalde cijfer of wat twijfels hebben gekregen over de instelling of werkhouding van hun puberende kind en het zekere voor het onzekere nemen en voor bijles kiezen De bijles is ook gericht op het kweken van meer zelfvertrouwen. Voor leerlingen met weinig zelfvertrouwen kan ik een representatieve oefentoets samenstellen die de leerling in de bijles gaat maken ter voorbereiding op het echte proefwerk of de SO. Voor het samenstellen van een oefentoets reken ik €10,- Dit in overleg. De bedoeling is dat leerlingen weerbaarder worden en leren zich te ontspannen in drukke stressvolle perioden.
De reden voor bijles kan ook zijn dat de ouders een kritische en veeleisende houding hebben m.b.t. de schoolprestaties van hun kind. Het komt ook voor dat een leerling vindt dat een 7 niet hoog genoeg is omdat hij of zij graag cum laude wil slagen i.v.m. de toelatingseisen voor een vervolgopleiding of vanwege de geldende numerus fixus. De bijles dient ook om de planning en de studievaardigheid te verbeteren.

Type 2. Zij die wel willen maar het niet kunnen.
Onderbouwleerlingen doen nog alle vakken, terwijl zij van zichzelf al weten welk profiel ze gaan kiezen of welke vakken ze in ieder geval niet kiezen. Ze komen op bijles voor dat (exacte) vak waar ze moeite mee hebben en dat ze in de vierde klas laten vallen. De bijles kan erop gericht zijn om van een 3 of 4 een 5 te maken. Als dit lukt dan is al een succesje behaald omdat er niet meer in zit.
Bij onderbouwleerlingen komt het wel eens voor dat de gekozen richting voor de leerling net iets te hoog gegrepen is. Ouders willen het liefst een zo hoog mogelijk opleiding voor hun kind. De leerling maakt regelmatig zijn of haar huiswerk volgens de studiewijzer en is goed bij. Ondanks de bijlessen lukt het dan niet om de leerling op een structureel hoger niveau te krijgen.
Bij bovenbouwleerlingen van 5 Havo en 5 en 6 VWO wordt er van wiskunde maar met name het vak economie meer inzicht verlangd. Ze hebben in de klassen daarvoor vaak een voldoende gestaan maar worden nu geconfronteerd met onvoldoendes, terwijl ze wel zich goed hebben voorbereid. De leerlingen zijn serieus en toegewijd, maken trouw het huiswerk maar desondanks lukt het niet om een voldoende te halen. Ook faalangst kan een rol spelen. De oorzaak bij het vak economie is dat in de lagere klassen nog veelal werd getoetst op kennis. In de hogere bovenbouw zijn inzicht en vaardigheden belangrijker geworden. Nu zijn ze op een niveau gekomen waarop ook het inzicht in de samenhang van economische grootheden wordt getoetst. Het gaat meer om de toepassing van de kennis.
In de bijles wordt extra geoefend door al in een vroeg stadium geschikte eindexamenopgaven te maken. Voor de vakken wiskunde, economie en M&O heb ik vanaf ongeveer het jaar 2000 alle eindexamens van de Havo en het VWO systematisch gerubriceerd naar een aantal onderwerpen, zodat makkelijk een selectie is te maken van eindexamenopgaven die aansluiten bij de leerstof. Je vangt daarmee twee vliegen in één klap. De extra oefenstof is nuttig voor het komende proefwerk of SO en tegelijkertijd dient het ter voorbereiding op het centraal schriftelijk examen.

Type 3. Zij die het wel kunnen maar niet willen.
Bij deze categorie leerlingen laat hun instelling en werkhouding veelal te wensen over. Ze zijn bijvoorbeeld slordig, nonchalant en te oppervlakkig. Ze denken al gauw dat ze de stof voldoende beheersen terwijl bij doorvragen blijkt dat dit niet het geval is. In de bijles wordt ook gewezen op het nut van het maken van een planning. Wacht niet tot de laatste dag met leren, maar begin al met leren enkele dagen voor de toets. Door de stof op te delen in kleinere stukken en deze gespreid in de tijd te gaan leren wordt bereikt dat ze niet in tijdnood komen. Tevens komt de stof door de herhaling er beter in te zitten.
In deze categorie kom ik ook leerlingen tegen die hoogbegaafd zijn. Juist bij dit type ligt gemakzucht en oppervlakkigheid op de loer. Ze zien het nut of de noodzaak niet in van het maken van de vele opgaven omdat ze al snel denken het te begrijpen of het niet nodig te hebben. In de bijles pikken ze mijn uitleg snel op. Ze hebben minder oefening nodig dan de gemiddelde leerling om op het gewenste niveau te komen. Soms lukt het de leerling beter te motiveren door bewust opgaven van de studiewijzer over te slaan en je te concentreren op de belangrijkste opgaven. Slimmeriken kunnen nu eenmaal toe met minder oefening. Dat voorkomt dat ze het huiswerk saai en vervelend gaan vinden. Aan het overslaan van opgaven koppel ik de voorwaarde dat dit is toegestaan zolang ze een voldoende blijven halen.
Een niet te verwaarlozen groep leerlingen in deze categorie heeft te weinig zelfdiscipline om regelmatig en aandachtig huiswerk te maken. Ze komen alleen thuis van school omdat de beide ouders werken of omdat ze gescheiden zijn en dan is de verleiding wel groot om iets anders te gaan doen nu er behalve televisie ook internet, mobieltjes, mp3-spelers, social media etc. zijn. Er wordt een te groot beroep gedaan op hun zelfstandigheid en verantwoordelijkheid terwijl ze dat op die leeftijd feitelijk nog niet aan kunnen.
Ook tref je in deze categorie leerlingen aan die de school en het leren maar niks vinden. De kennis vinden ze nutteloos en ze hebben desinteresse in bijna alle vakken. Ze hebben van zichzelf al duidelijk een beeld wat ze later willen gaan doen. Dat is dan vaak iets in de handel of een eigen bedrijf beginnen. Door wat op ze in te praten probeer ik hun motivatie en werkhouding te verbeteren.

omhoog

3. Bijles wiskunde/statistiek
Van wisknudde naar wiskunde.
Op de middelbare school is statistiek een onderdeel van de wiskunde. Wiskunde vormt nogal eens een struikelblok om hogerop te komen. Leerlingen zijn dan wel goed in talen maar door die ‘vervelende’ wiskunde kunnen ze niet de studie kiezen of de opleiding volgen die ze graag willen. Het is voor velen echter een verplicht onderdeel van het examen.
Wiskunde zie ik als een doevak. Je krijgt dit pas onder de knie door veel opgaven te maken. Het leren van de theorie of het maken van een samenvatting draagt, in tegenstelling tot andere vakken, maar slechts in zeer beperkte mate bij tot meer vaardigheden. In de wiskunde moet je heel precies en nauwkeurig zijn. Bijna goed is helemaal fout.
In de bijles wordt aandacht besteed aan diverse problemen en valkuilen. Zaken waar leerlingen moeite mee hebben is bijvoorbeeld het goed lezen van een vraag, vooral op het onderdeel statistiek. Ook het algebraïsch uitwerken van een vergelijking of het herschrijven van een formule vindt men moeilijk. Ook het vergeten van haakjes op de rekenmachine komt bij iedere leerling voor. Gewezen wordt in dit verband op de regel ‘Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord’. Zwak ontwikkeld zijn soms de rekenvaardigheden. Ik kijk er niet meer van op als een 3 VWO leerling niet meer weet hoeveel 8×8 is. Ook het werken met breuken en procenten vindt men lastig. De regel ‘delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde’ loopt als een rode draad door mijn bijlessen van basisschoolleerlingen tot HBO studenten.
Voor wiskunde A heb ik de VWO eindexamens vanaf 2001 systematisch gerubriceerd naar een drietal onderwerpen. Dat vergemakkelijkt het maken van een selectie van opgaven voor een 5 of 6 VWO leerling die aansluit bij de leerstof van dat moment. Van wiskunde A bestaat 40% van het VWO eindexamen uit statistiekvragen. Een soortgelijke rubricering is gemaakt voor de wiskunde B eindexamens.

omhoog

4. Bijles economie
Werken aan de economiekennis is werken aan de kenniseconomie.
Het overgrote deel van de bijlesleerlingen economie bestaat uit bovenbouwleerlingen van de Havo en het VWO. Het komt op het niveau van 5 Havo en 5 en 6 VWO meer aan op inzicht en het kunnen toepassen van vaardigheden dan op feitenkennis. Het komt nogal eens voor dat de leerling alle vragen van de studiewijzer heeft gemaakt en goed bij is en toch een onvoldoende staat. In de bijlessen wordt geprobeerd het inzicht beter te ontwikkelen aan de hand van praktijkvoorbeelden en nadere uitleg. Ook wordt geoefend met het logisch redeneren. Al in een vroeg stadium ga ik met eindexamenopgaven oefenen. Om een voldoende voor economie te kunnen halen zijn een drietal zaken van belang:
1. feitenkennis. De definities en begrippen kennen.
2. inzicht in de samenhang tussen economische grootheden. Bij bijlesleerlingen ontbreekt vaak dit inzicht. Je kunt dit ook ontwikkelen door de economische berichten in kranten goed te lezen en het journaal op tv regelmatig te volgen.
3. rekenvaardigheden. Het kunnen werken met indexcijfers, procenten, breuken, groeifactor en nominale grootheden kunnen omzetten in reële grootheden.
Voor de Havo en het VWO zijn alle eindexamens vanaf resp. 2000 en 1999 systematisch gerubriceerd naar een drietal onderwerpen waarbij per opgave tevens is aangegeven hoeveel rekenvragen deze bevatten. Zo kan in de bijles voor een bovenbouwleerling die wat oefening in rekenen nodig heeft per onderwerp een geschikte keuze worden gemaakt. Rond een kwart van de opgaven zijn rekenvragen.

omhoog

5. Bijles M&O
Management & Organisatie heette vroeger economie 2. Bedrijfseconomie zou een betere naam zijn dan M&O. Omdat M&O een keuzevak is komt een aanvraag voor bijles M&O niet zo vaak voor. Het is voor mij makkelijker als een leerling iedere week komt. Er is dan een zekere mate van continuïteit gewaarborgd waardoor ik een beter beeld krijg van de hoofd- en bijzaken en ik kan ‘meelopen’ met de stof. Voor lagere klassen is dit niet nodig. Ook voor dit vak heb ik een overzicht gemaakt van Havo en VWO eindexamenopgaven vanaf resp. 2000 en 2001 die zijn gerubriceerd naar een drietal onderwerpen. Met een door mij samengesteld trefwoordenregister kan makkelijk nagegaan worden of een bepaald begrip of onderwerp eerder op een eindexamen is gevraagd, zodat in de bijles op bepaalde thema’s kan worden geoefend. Het aandeel rekenvragen op het eindexamen voor Havo en VWO bedraagt ruim 50%.

omhoog

6. Bijles natuurkunde of scheikunde
Bij derdeklassers ligt duidelijk een piek in het aantal aanvragen. De vakken vormen nog verplichte kost. Gezien mijn atheneum B achtergrond (Erasmus in Almelo) en mijn ervaring als studiebegeleider sta ik dusdanig boven de stof dat ik leerlingen uitstekend vaardigheden kan bijbrengen.
Leerlingen die deze vakken in de vierde klas kiezen kunnen het veelal zelf. Aanvragen voor bijles komen minder voor. Mijn parate kennis is zodanig dat ik leerlingen t/m het niveau van 5 Havo goed kan ondersteunen. Het kan zijn dat ik, afhankelijk van het onderwerp, vooraf inzage wil hebben in de stof. Ook hier geldt dat het voor mij prettiger is als een leerling regelmatig komt zodat ik kan ‘meelopen’ met de stof. In overleg is ook bijles natuurkunde of scheikunde voor 5 VWO mogelijk.

omhoog

7. Bijles rekenen en taal
Dit is bedoeld voor leerlingen vanaf groep 7 van de basisschool. Vanaf dat niveau kan gewerkt worden met maten en gewichten, breuken, procenten en decimale getallen. Uiteraard is ook bijles mogelijk voor de rekentoets die binnen het (voortgezet) onderwijs en het MBO als referentieniveau geldt. Voor taal kan geoefend worden met spelling, meervouden, werkwoordvormen en tijden. Ouders hebben soms behoefte om hun kind extra laten oefenen voor de Centrale eindtoets (voorheen Cito-toets) of de entreetoets.

omhoog

8. Bijles Engels of Nederlands
Tot en met de derde klas van de middelbare school geef ik bijles Engels en Nederlands.
Het betreft o.a. oefeningen in grammatica, spelling, tijden en voor het vak Nederlands ook zinsontleding en stijlen. In overleg is ook voor een vierdeklasser bijles Engels mogelijk.

omhoog

9. Bijles voor MBO, HBO en WO studenten
Ik ben bereid ook bijles te geven in wiskunde of statistiek voor MBO, HBO en WO studenten. Voor deze laatste categorie betreft het alleen studenten in een niet exacte richting. Ik wil namelijk wel kwaliteit kunnen bieden (en wil ook niet te veel tijd kwijt zijn met de voorbereiding vooral als het druk is). Economiebijles is mogelijk voor het MBO en HBO in overleg. Het is mogelijk dat ik vooraf kopieën van de lesstof wens te ontvangen zodat ik mij inhoudelijk kan voorbereiden. Of ik hier gebruik van maak is afhankelijk van mijn eigen inschatting van het soort vak, het niveau en van de benodigde tijd. De voorbereidingstijd wordt niet in rekening gebracht.

omhoog

10. Voortgangsrapportage
Ouders stellen het in het algemeen op prijs als ze op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen en vorderingen van hun kind. Regelmatig zal ik per e-mail een voortgangsrapportage versturen met mijn bevindingen van uw kind. Wordt de bijles bij de leerling thuis gehouden, dan kan een dergelijke rapportage eventueel komen te vervallen.

omhoog

11. Persoonlijkheidsstoornissen en gedragsstoornissen
Ik stel het op prijs als ouders tevoren aangeven als hun kind een gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis heeft als dyslexie, dyscalculie, concentratiestoornis (zoals ADD, ADHD, PDD-NOS), Asperger of autisme. Hoewel ik niet een orthopedagogische achtergrond heb, bezit ik wel enige kennis en begrip van de meest voorkomende stoornissen en probeer ik in de bijles zo veel mogelijk rekening te houden met de beperkingen die dit met zich meebrengt voor de leerling.

omhoog

12. Referenties
In de loop der jaren heb ik een dossier samengesteld met reacties van oud-leerlingen en hun ouders. Hieronder volgen drie voorbeelden van (gedeeltelijke) reacties van ouders en leerlingen (uit privacy overwegingen zijn alleen de voornamen vermeld):

Voorbeeld 1. Ouders 5 Havo leerling (bijles in wiskunde, economie, geschiedenis en aardrijkskunde)

Geachte heer Schreurs.
Bijgaand zend ik u de cijferlijst van Kees. Nogmaals hartelijk dank voor uw inzet. Mede daardoor is Kees nu geslaagd.
Met vriendelijke groeten,
Bert en Hendriët

Voorbeeld 2. 6 VWO leerling (bijles in economie)

Hoi Rudi!
Ik heb je kaartje ontvangen, heel erg bedankt! Ik was je nog van plan om eerder te mailen maar omdat ik het erg druk had met werken en feestjes natuurlijk had ik er geen tijd voor en is het er niet van gekomen. Daarom mail ik nu. Heel erg bedankt voor bijles economie, ik heb zelfs met het examen een 6,0 gehaald! Ik ben nu dus heel trots op mijn cijfer.
Economie 6.0 (super blij mee!) afgesloten met een 6
Ik wil je bedanken via deze mail voor de bijles, anders had ik denk ik geen 6,0 gehaald! Wie weet tot ooit,
Groetjes van Rosan

Voorbeeld 3. Moeder 5 Havo leerling (bijles in wiskunde A)

 

 

 

 

 

Bij mij thuis is een uitgebreider dossier in te zien met cijfers en reacties van mijn oud-eindexamenleerlingen.

Hopelijk tot ziens.

Bijlesinstituut Schreurs
Drs. R. (Rudi) A. H. Schreurs (econometrist)

Bij Rudi aan de studie!

omhoog

Comments are closed.